nationaal-archief

 

Projectinformatie

Een kleine blik vanuit de praktijk 

Door Koen Kruijne.
Per 1 april 2010 is de Archiefregeling 2010 van kracht. Deze regeling vervangt onder andere de Regeling bouw en inrichting archiefruimten en archiefbewaarplaatsen. De nieuwbouw van het Gelders Archief is één van de eerste archiefbewaarplaatsen (zo niet de eerste) die volledig ontworpen en uitgevoerd is volgens deze nieuwe regels omtrent de bouw en inrichting van archiefruimten en archiefbewaarplaatsen. Bij dit bouwproject zijn de betrokken bouwprocespartners tegen een aantal aspecten van de nieuwe regeling aangelopen. In dit artikel worden deze situaties geschetst en de gekozen oplossingen benoemd.

Specifieke versus prestatie-eisen
Voordat er wordt ingegaan op een aantal specifieke situaties is een algemene vergelijking tussen de oude en nieuwe regeling op zijn plaats. Dit verschil kan het beste duidelijk worden gemaakt middels een voorbeeld over de kwaliteit van de buitenwanden van een archiefbewaarplaats.

In de oude regeling staat het volgende aangeven: ‘Het beton van de wanden van de archiefbewaarplaats die tevens buitenmuren zijn, is tenminste 300 mm dik in betonkwaliteit B45 of hoger.’ Kortom, er wordt heel specifiek aangegeven waar de buitenwand aan moet voldoen. In de nieuwe regeling staat: ‘De in- en uitwendige scheidingsconstructies van een archiefbewaarplaats zijn:

1. Vervaardigd van gewapend beton in kwaliteiten volgens NEN7620:1995 of gelijkwaardig materiaal met een massa van minimaal 625 kg/m³;
2. Bestand tegen maximale belasting gedurende ten minste 120 minuten volgens NEN6702:2007 in geval van calamiteiten;
3. Waterdicht; en
4. Voldoende bestand tegen optredende waterdruk.’

Bij een vergelijking van deze twee teksten geeft de nieuwe regeling veel meer ontwerpvrijheid. Er worden namelijk prestatie-eisen voor de in- en uitwendige scheidingsconstructie omschreven, in plaats van een specifieke eis voor het te gebruiken materiaal. De nieuwe regeling maakt zeer frequent gebruik van dit soort prestatie-eisen, waardoor er veel meer vrijheid is in het ontwerpen en uitvoeren van archiefruimten en archiefbewaarplaatsen. Daarnaast geven deze prestatie-eisen ook veel meer ruimte om gebruik te maken van nieuwe en innoverende technieken.

In de nu volgende twee voorbeelden wordt ingegaan op de ruimte die de nieuwe Archiefregeling biedt boven de oude door de gestelde prestatie-eisen.

Ventilatie
Vervuilde lucht draagt bij aan een sneller verval van archiefstellingen. Daarom zijn er eisen opgesteld voor het laten circuleren en ventileren van de lucht in archiefbewaarplaatsen. De ventilatie-eis en de circulatie-eis voor archiefbewaarplaatsen met vaste archiefstellingen is opgegeven. Bij het Gelders Archief wordt er echter gebruik gemaakt van verrijdbare stellingen. Het is opvallend dat er geen enkele eis is gesteld voor het ventileren van archiefbewaarplaatsen met verrijdbare stellingen; alleen een circulatie-eis is beschreven. Wel is omschreven hoeveel stofdeeltjes de lucht mag bevatten als de lucht in het depot wordt gebracht. De depots van het Gelders Archief worden nu alleen voorzien van verse lucht als de meetinstrumenten in de depots aangeven dat dit noodzakelijk is. Op het moment dat er geen verse lucht nodig is, wordt de lucht afgezogen en later weer de depots ingeblazen. Dit heeft voordelen in de exploitatie omdat het schoonmaken van verse buitenlucht niet een continu proces is. Het energieverbruik van de luchtbehandelingskasten is dus veel lager en daarnaast is er minder onderhoud aan de luchtbehandelingskasten nodig.

Verrijdbare archiefstellingen
Mogen de depots van het Gelders Archief voorzien worden van verrijdbare archiefstellingen? Dit was een van de eerste vragen van de ontwerppartners bij de start van het bouwproject. Een interessante vraag omdat zowel de nieuwe als de oude regeling stellen dat er zich geen materialen en apparaten in archiefruimten en archiefbewaarplaatsen mogen bevinden die brandgevaar kunnen veroorzaken. Aangezien verrijdbare archiefstellingen op elektriciteit werken, kunnen zij kortsluiting veroorzaken en is er dus bij dit soort stellingen een vergroot brandgevaar.

Het Gelders Archief maakt toch gebruik van verrijdbare stellingen, omdat er in de nieuwe Archiefregeling een aantal specifieke artikelen aan verrijdbare stellingen is gewijd. Hiermee wordt expliciet en impliciet de toepassing van verrijdbare archiefstellingen toegestaan. Om toch het gevaar voor brand tot een minimum te beperken is er bij het Gelders Archief voor gekozen om bij het verlaten van een depot de stroom op de archiefstellingen uit te schakelen. Dit gebeurt dus niet alleen bij het verlaten van het gebouw (nachtsituatie) maar ook gedurende de dag als er geen personeel aanwezig is in het desbetreffende depot.

Hiaten in de nieuwe Archiefregeling: voor- of nadeel?
Een archiefbewaarplaats/archiefruimte heeft een enorm gewicht. Al dit gewicht moet gedragen worden door de constructie en deze moet dan ook voldoende sterk zijn. Het is logisch dat de vloer de belasting van de archiefstellingen inclusief de archiefstukken moet kunnen dragen. Maar is dit dan het enige gewicht waarmee rekening moet worden gehouden? Volgens de nieuwe regeling niet: ‘Bij een calamiteit verdubbelt meestal het gewicht.’ […] ‘In sommige gevallen kan het gewicht zelfs verviervoudigen.’ Met andere woorden: het lijkt erop dat er rekening moet worden gehouden met het gewicht van bijvoorbeeld het bluswater.

Bewoordingen als ‘meestal’ en ‘in sommige gevallen’ zijn echter voor ontwerppartners niet concreet genoeg en op veel verschillende manieren te interpreteren. Moet het bluswater worden meegenomen in de vloerbelasting berekening? Zo ja, wanneer moet er gerekend worden met een verdubbeling of zelfs met een verviervoudiging? Door wat of wie wordt dat bepaald? Is dat de archiefinspecteur of brandweer? Dit lijken onschuldige hiaten, maar ze hebben een grote invloed op het ontwerpen van archiefruimten en archiefbewaarplaatsen. Ontwerppartners hebben behoefte aan een helder geformuleerde prestatie-eis enerzijds, of aan een duidelijke omschrijving van de toepassing anderzijds.

Bij de nieuwbouw van het Gelders Archief zijn de vragen die dit hiaat in de regeling opwerpt, omzeild. De depots zijn namelijk uitgevoerd met een zogenaamd zuurstofreductiesysteem, waardoor de kans op het ontstaan van brand al tot een absoluut minimum is beperkt. Mocht er desondanks toch een brand ontstaan, dan zal het zuurstofniveau verder naar beneden worden gebracht, waardoor een brand zal doven omdat er geen zuurstof is om de brand te voeden. Er zal dus in basis geen water gebruikt worden voor het blussen van een brand. Daarom zijn de vloeren van het Gelders Archief alleen berekend op de archiefstellingen inclusief de archiefbescheiden. Dit heeft voor een aanzienlijke reductie gezorgd in het gebruik van wapeningsstaal en beton. En dat levert een bouwkostenbesparing op.

Een ander hiaat in de constructieve eisen heeft te maken met de kwaliteit waaraan de in- en uitwendige scheidingsconstructie van een archiefbewaarplaats moet voldoen. Er staat het volgende omschreven:

‘De in- en uitwendige scheidingsconstructies van een archiefbewaarplaats zijn: Vervaardigd van gewapend beton in kwaliteiten volgens NEN7620:1995 of gelijkwaardig materiaal met een massa van minimaal 625 kg/m³.’

Een materiaal met een dusdanig lage massa van 625 kg/m³ strookt echter niet met de gelijkwaardigheid van gewapend beton. Dit weegt immers 2400 kg/m³. Bij een opgave van 625 kg/m³ zou dus ook een scheidingsconstructie van bijvoorbeeld berkenhout volstaan. Mits berkenhout ook voldoet aan de andere eisen omtrent brandwerendheid, waterdichtheid en optredende waterdruk. Het lijkt er hier op dat er een typefout in de regeling is geslopen en er geen m³ maar m² wordt bedoeld. Ondanks dit opmerkelijke hiaat is er voor het Gelders Archief toch een volledig gewapend betonnen schil bedacht, waarmee volledig wordt voldaan aan de gestelde eisen.

Tot slot is het opmerkelijk dat in de nieuwe regeling nergens wordt ingegaan op de bouw van ruimtes waarin een digitaal archief kan worden opgeslagen. En dat terwijl de digitale archivering al lang zijn intrede heeft gedaan. Is een dergelijke ruimte ook een archiefbewaarplaats of archiefruimte te noemen? En moet deze ruimte dus aan dezelfde eisen voldoen als de ruimte waarin het papieren archief wordt opgeslagen? Aanvullingen op dit gebied zijn noodzakelijk zodat bouwpartners ook op verantwoorde wijze een ruimte om een digitaal depot kunnen realiseren.

Juiste keuzes
Dit zijn slechts enkele voorbeelden die tijdens het ontwerp van de nieuwbouw van het Gelders Archief de revue zijn gepasseerd. Concluderend kunnen we zeggen dat de nieuwe archiefregeling bouwpartners meer vrijheid biedt in het ontwerp- en bouwproces. Het gebruik van prestatie-eisen geeft meer ruimte voor innovatieve oplossingen en nieuwe technieken. Aan de andere kant geven de prestatie-eisen soms ook zoveel variabele oplossingen, dat keuzes vaak direct van invloed zijn op andere delen van het ontwerp. Dit kan het bouwproces compliceren. Een goede begeleiding bij het maken van de juiste keuzes is dan van belang.

Koen Kruijne is projectleider bij De Comme. Hij begeleidde de renovatie van het Nationaal Archief en was projectleider van de nieuwbouw bij het Gelders Archief. Voor meer informatie: info@decomme.nl.

PROJECT DETAILS

Project: Het Nationaal Archief
Locatie: Den Haag
Oppervlakte: 2010
Bouwjaar:
Waarde:
Architect: